De
Er was een politieke wil om
Verschillende vaststellingen lagen aan de basis van deze oprichting :
- Versnippering van de diensten die voor jongeren werken, en nog meer voor jongvolwassenen ;
- Discontinuïteit van de interventie bij de overgang van minderjarigheid naar meerderjarigheid ;
- Gebrek aan een multidisciplinaire aanpak ;
- Moeilijke toegang tot de diensten, die verspreid zijn over verschillende locaties en onvoldoende met elkaar samenwerken ;
- Door de specialisatie van diensten moeten jongeren meerdere locaties bezoeken wanneer hun problemen op meerdere gebieden spelen.
- Behoefte aan een globale aanpak, waarbij jongeren als geheel worden benaderd.
Tijdens het mandaat van de minister werden verschillende MADO’s opgericht, waaronder in Namen, Luik, Bergen (Mons), Luxemburg, Brussel-Noord en Brussel-Zuid.
Een specifieke eigenschap van de MADO’s is dat ze verbonden zijn aan een openbare dienst die verantwoordelijk is voor hun organisatie.
De MADO-Zuid wordt gefinancierd door de Jeugdhulp (FWB) en georganiseerd door het OCMW van Sint-Gillis, dat de werking van de dienst ondersteunt.
De MADO-Zuid valt onder het Departement Sociale Actie van het OCMW, onder rechtstreekse leiding van de directeur van het departement en onrechtstreekse leiding van de algemeen secretaris.